maandag 9 december 2013

Calvé Pindakaas. Niet iedereen is er groot mee geworden


Afgelopen week zag ik een abri met een uiting van Calvé Pindakaas. Het was al donker en wat ik van een afstand zag was een lichtgevende abri met daarin een poster met daarop een grote pot pindakaas en ik herkende de blauwe sticker van de Consumentenbond erop.
Zonder ook maar een letter te lezen wist ik wat de boodschap was. Calvé Pindakaas. Best getest!

Ik kwam dichter bij de abri en kon toen ook de tekst te lezen. Nou ja lezen. Ik voelde Prof. dr. E.I. Kipping, een typetje van Kees van Kooten, in mij naar boven komen. Ik deed een poging om het te lezen. Dit was niet makkelijk. Was het fonetisch? Ik probeerde hardop de zin uit te spreken. Maar ik kreeg het niet voor elkaar. Vervolgens liet ik mijn oog afglijden naar de zin onder de pot. En daar begon het kwartje te vallen.

Om de boodschap over te brengen greep men terug naar de uitspraak van het jongetje met de pet uit de commercial van 1984. 'Stom hè, ik vind het gewoon lekker.' Waarschijnlijk, omdat hij in die commercial pietamientjes zei in plaats van vitamientjes, zijn ze er vanuit gegaan dat hij dan ook niet goed kon schrijven en staan de zinnen vol met kinderschrijffouten. Ik ben van mening dat geen enkel kind het zo zal schrijven. Simpelweg omdat het ze zo niet is aangeleerd.

Wanneer kinderen dit op school zo zouden schrijven hebben ze in deze twee zinnen zes fouten gemaakt. Een dikke onvoldoende. En kinderen vinden een onvoldoende niet leuk.

Bekijk je de poster nog beter dan kun je je afvragen hoe een kind al zoveel kennis van lettertypes kan hebben voor zijn leeftijd. Ik denk, en dat is een aanname, dat kinderen een leuker letter zullen kiezen uit de computer. Comic sans misschien. Ik ben dan ook erg benieuwd naar deze uiting wanneer hij gemaakt wordt door kinderen in een leeftijd tussen 6 en 10 jaar.

Ik trek hieruit 2 conclusies
1. Deze uiting is gemaakt door mensen die niet met Calvé Pindakaas zijn groot geworden en daardoor helaas nog steeds grote schrijffouten maken. 

2. De uiting communiceert beter zonder tekst.


Robert Luttikholt (concept & ontwerp)

maandag 25 november 2013

Robert jij bent aan de beurt



Iedere maandag hebben wij bij Reach om 11:00 uur overleg over lopende projecten, over vakantiedagen, over onze eigen communicatie, over wat we gaan tweeten enz, enz. Wat ook iedere maandag aan de orde komt is. 'Wie schrijft deze keer de BLOG?'. Een ieder van ons, en af en toe een gastblogger, schrijft bij toebeurt een blog. Het komt erop neer dat iedereen eens in de 4/5 weken aan de beurt is om iets te schrijven. Moet te doen zijn toch?


Blogstress


Ik wil graag aansluiten bij het blog van Douwe Soepboer over keuzestress. Volgens mij komt daar nog een stress bij. Wanneer je eenmaal de keuzes hebt gemaakt voor een medium, dan dient deze ook onderhouden te worden. Is er gekozen voor twitter, dan moet je op z'n minst regelmatig een tweet de wereld in slingeren. En zit je op LinkedIn dan dien je ook tekenen van leven achter te laten. Dus volgens mij komt er een nieuwe stress bij. Die van mij? Blogstress.

Voor mij is een blog schrijven iedere keer weer een hele opgave. Ik ben geen schrijver en dat zal ik wel nooit worden. Dat was vroeger al bij het schrijven van een opstel op de lagere school, of het schrijven van een scriptie op de Kunst Akademie. Om je een beeld te geven. In mijn computer staan inmiddels 5 of 6 aanzetten tot een blog over de meest fantastische onderwerpen. Echter is het iedere keer een aanzet van 2 tot maximaal 10 regels. In mijn hoofd zijn het leuke verhalen. Maar wanneer ik vervolgens op internet ga zoeken naar wat informatie over het onderwerp, word ik al snel minder enthousiast en bekruipt mij het gevoel dat het allemaal al geschreven is.


Veel napraterij


Ik bespeur dan ook, wanneer ik het internet afstruin, dat er maar weinig blogs zijn met een eigen verhaal of een eigen visie. Veel is napraterij en het geeft weinig toegevoegde waarde of expertstatus aan het bedrijf of aan de persoon die het heeft geschreven. Ook zal de vindbaarheid (een van de redenen om te Bloggen) via Google niet heel erg stijgen, er zijn immers genoeg blogs te vinden over hetzelfde onderwerp. En de bezoeker bepaalt vervolgens zelf wel wie de autoriteit is.


Bloggen als communicatietool


Ondanks mijn moeite met het schrijven van een blog weet ik inmiddels wel dat bloggen een zeer goed instrument kan zijn om je bedrijf of jezelf beter in de markt te positioneren. Het internet staat vol met ik weet niet hoeveel redenen om te bloggen en ik kan de meeste redenen alleen maar beamen. Ik ga hier geen top-10 opsommen, want wat ik kan vinden kan iedereen vinden. Nou eentje dan. Mocht je nog in de Socialkeuzestress zitten dan is dit wellicht een reden om toch te gaan bloggen.

woensdag 13 november 2013

Social media en keuzestress


Keuzestress wie kent het niet. ‘De keuze is reuze ‘is een uitspraak die we allemaal kennen. Er valt veel te kiezen bij wat je ook doet. Maar kiezen is ook verliezen. Kies je voor het een, dan kies je niet voor het ander. Of je moet voor alles kiezen, zoals die dame die ik laatst sprak en met vijf paar schoenen de winkel uitliep. ‘Ik kon niet kiezen’ verzuchtte ze.
Maar waarom hebben bedrijven keuzestress wil je misschien weten. Daar ga ik graag op in. Bij het merendeel van de Nederlandse bedrijven worden zaken rondom marketing- of communicatie georganiseerd vanaf een kleine afdeling; of rechtstreeks door een directeur of een salesmanager, meestal ondersteund door een management assistent of secretaresse. Voor al deze bedrijven geldt dat tijd en middelen per definitie schaars zijn. Ofwel voortdurend staan zij voor de keuze: aan welke middelen ga ik mijn tijd besteden en hoeveel geld wil ik daaraan uitgeven.





Social media reddende engel of weerbarstige duivel

En toen was daar social media. Fantastisch dachten veel ondernemers. We zijn verlost van alle keuzes. We gaan ervoor zorgen dat we op de sociale platforms aanwezig zijn en we staan in direct contact met onze bestaande én nieuwe relaties. En dat allemaal zonder dat het ons maar ene euro gaat kosten. Honderdduizenden bedrijven zijn inmiddels actief op Twitter, Facebook en LinkedIn; en andere sociale platforms als Pinterest en Instagram kloppen ongeduldig op hun deur. Duizenden consultants verdienen inmiddels een goedbelegde boterham met social media advies. Je hoort ze roepen. Ga op Facebook want 90% procent van je klanten is er te vinden. Ja denk ik dan. Wij van wc-eend adviseren wc-eend. Je kunt immers net zo makkelijk roepen: ga de straat op want je weet zeker dat daar 100% procent van je klanten zich laat zien (met uitzondering van klanten met straatvrees). Laten we het nu maar eens eerlijk onder ogen zien. Social media kan je geweldig helpen met het betrekken van de markt bij jouw producten, het uitwisselen van informatie en het versterken van contacten en je merk. Maar stel dan wel eerst je doelen en maak vervolgens een plan. Feit is dat er inmiddels megaveel Twitter-accounts en Facebookpagina’s zijn aangemaakt waar niet of nauwelijks iets mee gebeurd. Omdat er geen plan achter zit en omdat het niet ingebed is in een communicatiestrategie. Zonde van de tijd.

Keuzestress is logisch

Social media is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Er is een voortdurende druk om aanwezig te zijn op de diverse platforms. Natuurlijk lees ik ook dagelijks over nieuwe mogelijkheden, trends en technologie. Ik weet uit ervaring: als je daarnaast ook nog je dagelijkse werk hebt, is het bijna onmogelijk om elke ontwikkeling gedetailleerd te volgen. Keuzestress die daardoor ontstaat is logisch. Wij kiezen daarom voor aanvullende scholing en voor samenwerking met mensen en bedrijven die met ons een deel van de puzzel willen oplossen. Meer dan ooit geldt: je kunt het niet alleen, je hebt elkaar nodig.

Eerst duiden, dan kiezen

Voor het maken van keuzes is duiding essentieel. Een goede verkoper weet de juiste vragen te stellen en de klant zo op maat te bedienen. Zo werkt het ook met communicatie. Eerst de juiste vragen stellen en dan aan de slag. Daarbij blijven diverse basisprincipes rechtovereind staan. Elke vorm van communicatie begint met het verhaal. De content. Natuurlijk is vervolgens belangrijk dat het verhaal goed wordt verteld en geschikt is gemaakt voor de mensen aan wie je het wilt vertellen. Pas daarna komt de middelenkeuze aan bod. Je zal zien, als het verhaal goed staat en je weet aan wie je het wilt vertellen. Dan worden de kanalen al heel snel duidelijk en is stress niet meer nodig. 

Ervaar je ook keuzestress en wil je er over praten? Bel me dan maar even (0162) 403886.



Douwe Soepboer
(concept & tekst)

maandag 28 oktober 2013

Contentmarketing valkuilen die je moet vermijden

We hebben al veel geschreven over contentmarketing. Het laatste blog van Douwe ging er nog over.
Er zijn meerdere redenen om met contentmarketing aan de slag te gaan. Deze twee zijn voor mij de belangrijkste:

• Contentmarketing vertelt je doelgroep waar jouw expertise ligt, en laat je geloofwaardigheid en integriteit zien.

• Het helpt je om prospects in een vroeg stadium te bereiken waardoor je eerder top-of-mind bent.
Er zijn echter ook valkuilen waar je voor op moet passen. Ik beschrijf er drie, waarmee je je voordeel kunt doen.



Valkuil 1 - Geen relatie opbouwen


Ook met een prospect moet je een relatie opbouwen. Kwalitatieve content kan dat. Maar let op: het doel van contentmarketing is niet het verkopen van je product of dienst. Dat kan enkel een resultaat van content marketing zijn. 
Een goede relatie opbouwen kost tijd en moeite, denk niet dat je na het plaatsen van een paar blogjes en een white paper klaar bent en kan gaan zitten wachten bij de telefoon. Bij een persoonlijke relaties ga je toch ook niet gelijk samenwonen na een eerste date. Blijven investeren in de relatie, maar wel oprecht en authentiek. Enkel dan kan er wat moois opbloeien, ook in B2B.
Prospects moeten je vertrouwen. De content die je plaatst moet hen aanspreken in behoefte en verwachtingen. Kruip daarom in de huid van je prospects, het is noodzakelijk dat je begrijpt wat ze belangrijk vinden. Als je dat weet, kan je nog gerichter aan de slag met de content.



Valkuil 2 - Te weinig waardevolle informatie verstrekken


Wees niet bang dat je teveel prijs geeft. Het gaat om vertrouwen, dat win je door te geven. Deel waardevolle informatie die direct toepasbaar is. Dit is niet je product wat je wilt verkopen maar je laat merken dat je hun probleem begrijpt en dat je kan/wilt helpen.
‘Maar ik wil verkopen’ hoor ik je zeggen. Daar kom ik zo op terug, zoals gezegd eerst een goede relatie opbouwen, dan pas samenwonen.
Vroeger gaf je dure flessen wijn en snoepreisjes aan relaties in de hoop dat de relatie daardoor goed bleef. Nu geef je iets veel waardevoller, wat direct bruikbaar is. Je laat zien dat je je vak verstaat en geloofwaardig en integer bent. Dat is de kracht van content marketing. Naast een blog en white papers zijn praktijkvoorbeelden goede contentmarketing middelen. Laat zien hoe anderen geprofiteerd hebben van samenwerking en welke doelstellingen gehaald zijn. 


Valkuil 3 - Geen duidelijke call-to-action

Verkopen, dat is je doel. En daarmee bedoel ik niet dat je een grote button ‘Bestel Nu’ onderaan het artikel plaatst. Laat je prospect weten wat een volgende stap is in jullie relatie.
• Vraag of je prospect zich wil inschrijven voor een RSS van je blog.
- Vraag of je prospect zich wil inschrijven voor een e-mailnieuwsbrief waarmee je regelmatig informatie verstrekt.

• Verwijs je prospect naar een online webinar/tutorial op Youtube.
- Verwijs je prospect naar een white paper of online portfolio met praktijkvoorbeelden.
- Geef je prospect de mogelijkheid een dialoog met je aan te gaan via social media, e-mail of per telefoon.
Natuurlijk zijn er veel meer tips en trucs om een goede relatie met je prospect op te bouwen via content marketing. Maar als je deze drie valkuilen vermijdt ben je al flink op weg en maak je de weg vrij voor nieuwe business.



Menno Verheij concept & ontwerp

maandag 9 september 2013

In tweestrijd door spelfouten in tweets

 ‘Nieuw bedrijfslogo onthult’. Ik lees de tweet nog een keer, maar het staat er echt: onthult met een t. Het moet toch echt een d zijn; dat bezorgt mij een ongemakkelijk gevoel. Ik weet dat de afzender zijn trots wil delen. Toch leidt de spelfout mij af van de beoogde boodschap.

Spelfouten in tweets
Dergelijke spelfouten vallen mij steeds vaker op in tweets. Is het een tweet van een klant of relatie, dan raak ik als tekstschrijver in tweestrijd. Ga ik er iets van zeggen of niet? Als ik niets zeg, neem ik mijn vak dan voldoende serieus? Als ik wel iets zeg, is de kans groot dat ik het imago krijg van de juffrouw met het rode potlood. 

Ik leg het dilemma voor aan een bevriend marketingcommunicatiedeskundige als ik in een van zijn tweets een bekende grammaticamisser zie. ‘Een aantal projecten’ is voorzien van het meervoud. Er staat een aantal projecten zijn, terwijl het enkelvoud moet zijn: een aantal projecten is. Bij twijfel pak ik in dit soort situaties altijd De Schrijfwijzer van Jan Renkema; een soort van Bijbel voor iedereen die zich met teksten bezighoudt. Of zoals op de achterkant van het boek staat: ‘al sinds 1979 het kompas voor schrijvend Nederland en Vlaanderen’. Uiteraard zijn de taaladviezen van deze hoogleraar tekstkwaliteit aan de Universiteit van Tilburg ook online beschikbaar via schrijfwijzer.nl. Renkema is er stellig over: ‘een onderwerp met een aanduiding voor een hoeveelheid of een soort krijgt een persoonsvorm in het enkelvoud’. Te denken valt aan woorden als kudde, duo, soort én dus ook aantal. De bevriende marketingcommunicatieman meent dat we moeten accepteren dat communicatie steeds sneller gaat en daardoor slordiger wordt.

Verbetervriendinnetje
Communicatie gaat in dit Twittertijdperk inderdaad sneller, maar moeten we daarom pikken dat we taal- en spelfouten maken? Ik ben daar geen voorstander van. Misschien komt dat wel omdat ik vroeger een verbetervriendinnetje had op de lagere school. Ook al kwamen we uit een ander milieu – haar vader was specialist en de mijne kruidenier - we konden het voortreffelijk met elkaar vinden. Als we afspraken, was dat meestal bij haar. De lange gang bij haar thuis was van onder tot boven gevuld met boeken. Dat maakte de eerste keer behoorlijk wat indruk op mij. “Jullie hebben veel meer boeken als mij” zei ik verrukt. “Meer dan ik” zei zij fel. Ik slikte, maar onthield het wel omdat ik minstens net zo goed wilde kunnen lezen en schrijven als mijn verbetervriendinnetje.

Als tekstschrijfster ben ik zelf zo´n verbetervriendinnetje geworden. Omdat ik uit ervaring weet dat het knap irritant kan zijn als iemand je verbetert, formuleer ik mijn verbeteringen in teksten meestal in de vorm van suggesties. Het is aan mijn opdrachtgever om deze taalsuggesties wel of niet over te nemen. Het liefste compliment dat ik recent over een door mij geschreven tekst kreeg, was: ‘knap verwoordt’. Ik mailde niet terug dat verwoord met een d is, maar was blij dat ik deze klant had kunnen helpen met een tekst in correct Nederlands.


Overigens verslik ik mezelf ook nog wel eens in woorden. Onlangs nog, toen ik via Twitter wereldkundig maakte dat ik tegen mijn gewoonte in een petitie had getekend. De tweet was nog niet verstuurd of ik realiseerde me dat je een petitie ondertekent. Als je een petitie tekent ontstaat een hele andere betekenis. In een vervolgtweet zette ik deze vergissing recht. De marketingcommunicatieman was er als de kippen bij om te constateren dat het leven van een tekstschrijver niet over rozen gaat. En dáár tekende hij dan weer voor. 




Hogere doelen
Taal, hoe meer je ermee bezig bent, hoe ingewikkelder het wordt. Volgens een artikel in Onze Taal 2013-9 stelt dichter Ilja Leonard Pfeijffer dat taal een ‘sociolect’ is. Pfeijffer stelt dat we via taal aansluiting willen krijgen bij de door ons gewenste sociale klasse. Zijn bewering zet het slikken van de correcties van mijn verbetervriendinnetje in een ander daglicht. Kreeg ik door het accepteren van haar suggesties aansluiting bij een andere sociale stand? Opmerkelijk is dat ruim dertig jaar later dat vriendinnetje van toen en ik nog altijd bevriend zijn. Extra bijzonder is dat we ons met hetzelfde vak bezighouden, hoewel onze invalshoeken verschillen (zij creëert literaire teksten, terwijl ik liefst zakelijke verhalen schrijf met een persoonlijke noot). Het is de liefde voor de taal die ons bindt. Dat is de kracht van taal; verbindingen tot stand brengen. Zelfs via incorrecte gespelde tweets. Tekst is geen doel op zich, maar dient een hoger doel. Neemt niet weg dat taalgebruik oprechte aandacht verdient. Zelfs in een tweet.


Hennie van de Kar, zelfstandig werkend tekstschrijfster

donderdag 15 augustus 2013

Brain Porn en Renesse


Het woord Renesse is bij ons in huis de afgelopen zomer honderden keren gevallen. Dat komt, mijn zoon gaat dit jaar voor het eerst alleen (nou ja alleen, met een groep vrienden) naar Renesse op vakantie. En dit gegeven heeft mijn beeld over Renesse, waar ik nog nooit ben geweest, volledig op zijn kop gezet.

Buzz effect
Wat gebeurt er in je hoofd als je een product ziet of een naam hoort? Hersenonderzoekers doen hier veel onderzoek naar. Bijvoorbeeld om gedrag te kunnen verklaren of andersom invloed uit te kunnen oefenen op gedrag. Zo willen ze bijvoorbeeld weten welke gebieden actief worden als je bepaalde dingen ziet, hoort of voelt. Ze noemen dit the buzz effect, hersengebieden die superactief worden als je bijvoorbeeld de muziek van Jan Smit hoort, een Mercedes ziet rijden of als er aan je tenen wordt gekriebeld. Logisch dat ook marketeers zeer geïnteresseerd zijn in de werking van de hersenen en de mogelijkheden om te beïnvloeden.
Wat blijkt echter volgens nieuw onderzoek: het ligt allemaal veel genuanceerder. Op marketingfacts staat hierover een leuk artikel dat zeker de moeite van het lezen waard is. Geloof dus niet te snel wat neuromarketeers vertellen. Het oplichten (mooi woord in deze context) wordt zelfs als onzin betiteld. ‘Het gaat veel meer over netwerken dan over afzonderlijke hersengebieden’ aldus de auteurs.

De individuele klant
Moeten marketeers zich nu zorgen maken? Het lijkt me niet. Peter Dikmans (specialist in Business Model ontwikkeling) schreef recent een blog voor Reach waarin hij vertelt over belevingswaarde. Dus over hoe je producten beleeft. En dat je daar als reclamemaker en marketeer invloed op kunt uitoefenen. En die beleving speelt zich natuurlijk onder onze hersenpan af. Misschien is dat wel eens leuk om te doen met elkaar: ‘wat voel en beleef je bij je eigen bedrijf of producten’ en vervolgens ‘wordt dat gevoel ook zo uitgedragen’. De uitkomst zou best kunnen betekenen dat er veel werk aan de winkel is. Of misschien weinig. Zoals bij Peijnenburg waarbij men op zoek gaat naar Leo Veensma, de enige die nog niet hapt naar Peijnenburg. Ronduit inspirerend om te zien hoe het bedrijf alles in het werk stelt om Leo te vinden en te overtuigen van hun product waarin ze heilig geloven. Daar kunnen veel bedrijven en organisaties nog wat van leren. Want echt willen gaan voor die individuele klant, wordt steeds belangrijker.

Nu nog even over Renesse. Zonder er te zijn geweest was mijn beeld een heerlijk rustig ietwat mondain badplaatsje op Schouwen Duiveland. Met strand, zee en vis. Veel vis. De afgelopen weken is dat beeld gaan schuiven naar een badplaats waar jongeren in de vakantie lekker ‘los’ gaan. Respect voor de marketeer die dat beeld weer uit mijn hoofd weet te krijgen.

Douwe Soepboer (concept & tekst)

donderdag 1 augustus 2013

Tekst en ontwerp voor een paar euro


Het aanbod extreem goedkope tekstschrijvers en vormgevers groeit snel. Voor enkele euro’s gaan teksten en logo's over de toonbank. Je vraagt je dan af wat dat kan zijn en hoeveel tijd er aan is besteed voor zeg maar een uurtarief van 5 euro? Maar het resultaat is vaak best aardig. Aanstormende creatieve talenten vanuit de opleiding klussen bij vanaf de zolderkamer heb ik ontdekt, al zitten er natuurlijk ook prutsers tussen zonder enige opleiding en kennis van zaken. Vervolgens vraag je je af: ‘Wat moet je ermee als bureau’. Want je voelt je toch wat in je eer aangetast.

Mooi of lelijk en goed of slecht
Aan de andere kant, huidige communicatiemiddelen maken het voor iedereen mogelijk online producten en diensten te verkopen. Elke student, baanzoekende of huisvrouw kan zich vanaf de zolderkamer op het www aanbieden (dus ook als tekstschrijver of creatief). En dat werk is altijd leuker dan vakken vullen of poetsen bij de buurvrouw. Het is vervolgens aan de klant of het geproduceerde voldoet aan de wensen. Daarbij kan je vaststellen of het 'goed of slecht'  of ‘mooi of lelijk’ is. Ik bedoel, iets kan goed ontworpen zijn, volgens de regels van de kunst, maar toch heel lelijk. Andersom kan iets slecht in elkaar zitten en toch mooi zijn. Goed-slecht is objectief te beoordelen, mooi-lelijk is een subjectief standpunt waarover niet valt te twisten.

Aanpassen
Hoe gaan we als professionals, met kantoor en personeel, om met deze nieuwe werkelijkheid? Iedereen kan en mag zich namelijk tekstschrijver, fotograaf, vormgever noemen. En iedereen is vrij om zijn eigen keuzes te maken. Er zit maar een ding op: AANPASSEN!
Dat is gemakkelijk gezegd, maar hoe doen we dat dan? Juist nu is het belangrijk om uit te leggen wat onze teksten en ontwerpen opleveren in plaats van kosten. Dat is ook de reden waarvoor we ingehuurd moeten worden. Als klant wil je er beter van worden.

Het gebeurt overal
Wat ik hier schets gebeurt natuurlijk niet alleen in de reclame. Ook in veel andere sectoren zie je het terug. Ieder bedrijf zal zich dus af moeten vragen, moet ik mijn bedrijfsvoering aanpassen aan de huidige en toekomstige marktontwikkelingen. Door helder te maken wat je bereiken wilt, zal je potentiële opdrachtgevers overtuigen. Maak je toegevoegde waarde concreet (zie mijn blog Wie zelf de spelregels bepaalt wint makkelijker), met als resultaat dat het vooral over opbrengsten gaat.
‘En die student/huisvrouw dan’ hoor ik je denken. Als we de beste er tussen uit selecteren, kunnen we die inzetten voor specifieke opdrachten, dan hebben we er zelf ook nog wat aan.
En onze toegevoegde waarde? Wij blijven ons richten op uitdagende opdrachten die ervaring en vakmanschap vragen en waarmee we de klant ontzorgen.

Menno Verheij (concept & ontwerp)